Ingebruikname van het kerkorgel in Haren
Het heeft tot 20 mei 1876 geduurd voordat het orgel officieel ingebruikt wordt genomen. De reden hiervan is:
pastoor van Kilsdonk wil op de 20 mei, bij gelegenheid van zijn gouden priesterjubileum het orgel aanvaarden als een parochiegeschenk. Hij verricht de plechtige inwijding en daarna brengen de congreganisten, met begeleiding
van het nieuwe orgel, het jubileumlied ten gehore.
Het orgel als instrument heeft fl. 1.200,- gekost. Hiervoor heeft de pastoor zelf fl. 200,- beschikbaar gesteld en kerkmeester E. de Koek fl. 100,-. Het restant is een financiële bijdrage van de parochianen. Het nieuwe orgel telt twaalf registers verdeeld over twee klavieren en pedaal. Het orgel is grotendeels nog authentiek.
Reparatie en onderhoud
Pater Isidorus Lemmen ofm, in 1958 tijdelijk pastoor in Haren, ergert zich in aan de onzuivere tonen van het orgel en het piepend geluid van het orgeltrap mechanisme. Een dringende reparatie en verbetering van het orgel noodzaakt dat aardig diep in de geldbuidel getast moet worden.
Het kerkbestuur komt op het idee om een maal per maand een openschaal collectie te houden, waarop alleen zilvere geldstukken. De aktie krijgt de naam "Harense zilvervloot aktie". In 1960 is het benodigde geld bijeengebracht.
Al spoedig na de beslissing voor restauratie wordt in 1958 het instrument hersteld
door de firma Gebroeders Vermeulen uit Weert. Op 5 oktober 1958 is het orgel gebruiksklaar.
Een aanvulling van twee ontbrekende registers kan pas gebeuren wanneer de nodige fl 2.000,= ontvangen zijn en op dat laatste wachten de parochianen en het kerkbestuur al vanaf 1959. Op 7 juni 1991 ontvangt het kerkbestuur van de Eijksdienst voor de Monumentenzorg het bericht, dat het orgel met Hoofdwerk en Nevenwerk, opgesteld in de Harense parochiekerk, staat ingeschreven in het register van beschermde monumenten.
Het kerkgebouw was al eerder aangewezen als beschermd monument maar het orgel was toen niet opgenomen in het register.
