Gradus’ echtgenote Petronella was één van de zeven weesmeisjes van Willem Geurts van Welie en Anna Maria Libotté. Zij groeide op bij haar bejaarde grootouders, die inmiddels ook overleden waren.

De meisjes waren verre van onbemiddeld: Petronella ‘s zus Maria huwde in 1825 met Hendrik van Koolwijk, burgemeester, statenlid, dijkgraaf én rent­ meester op kasteel Doddendaal (1) te Ewijk.

Dit, en de andere familierelaties van Petronella, hebben zeker invloed gehad op de latere groei van het bedrijf van Gradus.

Gradus en Petronella zagen acht kinderen opgroeien: vier jongens en vier meisjes, geboren tussen 1831 en 1849. Maar liefst zes van hen bleven ongehuwd! De zoon die huwde met Hendrika van Welie, Johannes, koos voor de woonplaats en het beroep van zijn grootvader en vestigde zich in Deest. De jongste dochter Maria huwde met Gerardus Driessen, het uit Horst stammende hoofd van de Winssense dorpsschool.

Gradus ontwikkelt zich van timmerman
en meester-timmerman naar architect

Terwijl zijn kinderen in de Hoek van Winssen opgroeiden ontwikkelde vader Gradus zich, naast zijn werkzaamheden als timmerman en later als meester-timmerman, ook tot ontwerper van bijvoorbeeld kerkinterieurs. Hij was ook een veelgevraagd opzichter en architect en zou zich in twintig jaar ontwikkelen tot orgelbouwer.

Als architect ontwierp hij later de volgende gebouwen:

  • Pastorie van Ewijk
  • Pastorie van Deest
  • Sint-Antonius-Abtkerk te Wijchen
  • Waterstaatskerk van Beuningen (later gesloopt)
  • Kerk van Deest, verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog

Hierover verderop meer.

Later werd Gradus ook wethouder van de toenmalige gemeente Ewijk.

Bronvermelding
1) J. van Os, Tijdschrift Tweestromenland 1995, nr. 83