Gradus werkte aan de orgels, samen met zijn personeel en toen de tijd rijp was traden zijn zonen ook toe tot het bedrijf. Eén van zijn vier zonen koos voor het boerenbedrijf: Johannes.

De andere drie traden in vaders voetsporen en kozen voor één van zijn vaardigheden in het door hem opgezette bedrijf. Hun bedrijf trad aanvankelijk naar buiten als ‘Gradussen en Zonen. Deze zonen waren

  • Wilhelmus/Willem (geb. 1831)
  • Hendrikus/Hendrik (geb. 1839) en
  • Cornelius (geb. 1843)

De laatste overleed echter al in 1863 op 20-jarige leeftijd. Wilhelmus en Hendrikus werden in binnen- en buitenland bekend onder de bedrijfsnaam ‘Gebroeders Gradussen, Orgelbouwers Winssen‘.

Gebroeders Gradussen, Orgelbouwers Winssen

De jongste, Hendricus, huwde met Jacoba Roelofse. De oudste, Willem, leerde het orgelmakersvak onder meer bij Hyppolite Loret in Brussel, lid van de vermaarde orgelbouwerfamilie Loret uit Dendermonde/Mechelen/ Brussel.

In 1855 werkte Willem al in het bedrijf van zijn vader, binnen het in 1997 ingeruilde orgel van de hervormde kerk van Beuningen bevinden zich namelijk twee opschriften in wit krijt:

Schoongemaakt in 1847 W.J.N.”

en daaronder in potlood:

en daar naar in 1855 W. Gradussen” (7)

Bronvermelding
7) Archief orgelmakerij Steendam Roodeschool