In 1859 bouwden “de Heeren Gradussen en Zonen” voor de enkele jaren daarvoor gebouwde kerk in Hatert bij Nijmegen, voor de prijs van fl 1.400,= een nieuw orgel. In een advertentie in ‘De Tijd’ in juni van dat jaar verklaarde de betreffende pastoor dat zij hierbij bewezen hadden degelijke kennis van hun vak te hebben.

In hetzelfde jaar besloot het kerkbestuur van de Wamelse waterstaatskerk een nieuw orgel aan te schaffen en kreeg hiervoor op 6 januari 1860 de bisschoppelijke goedkeuring. Het kerkbestuur meldde de bisschop vertrouwen te mogen stellen in orgelmaker Gradussen “op de getuigenis van den Zeer Eerw Deken en andere Wel Eerw Heeren Pastoors“.

Deken F. van Clarenbeek was overigens pastoor van Winssen!

Het in 1861 opgeleverde orgel kostte fl 2.500,=. Het oude orgel werd ingeruild voor fl. 150,=.

De bisschop stelde vertrouwen
in orgelmaker Gradussen

Twee jaar later werd in de hervormde kerk in Beuningen het al eerder genoemde orgel geplaatst. Dit is misschien afkomstig uit Neerbosch maar ook Groesbeek wordt genoemd. Het orgelfront waarvan de tekening bewaard is gebleven, is in elk geval uit de orgelmakerij van Gradussen.

In 1866 werd voor de eerder door vader Gradussen gebouwde kerk in Deest, door de gebroeders Gradussen eveneens voor fl 2.500,= een nieuw orgel gebouwd. Hier werd de orgelkast overigens voor fl. 1.605,– door een ander vervaardigd.

Daar de firma Gradussen bekend staat als ontwerpers van kerkinterieurs maakten zij in die hoedanigheid vaak zelf de orgelkast. De Culturele Raad van Brabant spreekt een eeuw later van “hooggekwalificeerd orgelwerk van de Gradussen”.

Alleen de pastorie in Deest resteert nog als werk van Gradussen. Kerk en orgel zijn, naar men zegt, bewust geslachtofferd na de treffer van een vliegende bom in 1945 (8).

Bronvermelding
8) J. van Os, 1000 jaar Deest, 1997