Een jaar later in 1867 werd in Winssen het in 1840 door Smits vervaardigde orgel, door de gebroeders Gradussen overgeplaatst naar een nieuw gebouwde dorpskerk. Zij brachten daarbij aanzienlijke wijzigingen aan zodat bij de restauratie van 1985 zelfs overwogen werd het huidige orgel als Gradussen-orgel te beschouwen. Ook mede gezien het aanwezige fabrikantenplaatje op het orgel.

Intussen hadden de gebroeders hun werk­ gebied tot buiten Tweestromenland uitgebreid. In 1867 werd een orgel gebouwd in Wageningen, een jaar later werd het bestaande orgel in de kapel van het Franciscanenklooster in Megen voorzien van nieuwe klavieren en een aantal frontpijpen. Kosten met aftrek voor het oud pijpwerk fl 887,12 waarvan Gradussen fl 100,= schenkt aan het klooster.

In 1900 werd dit orgel door Gradussen helemaal omgebouwd en fors uitgebreid; sindsdien wordt het tot de Gradussen-orgels gerekend. Vierlingsbeek (ook in 1868), Hoogeloon (1871), Renswoude (1872), Haarsteeg (1873), Veenendaal (1873), Arnhem (Sint-Eusebius 1875), Wervershoof (1875) en Haren bij Oss (1875) volgden.

Zowel nieuwbouw als renovatie werd uitgevoerd

In 1876 werd voor de hervormde kerk aan de Kattenburg in Druten het nu nog aanwezige orgel gebouwd. Na Druten volgden de orgels van Groenlo (1877), Breedenbroek (1878) en Megen (St. Servatiuskerk, 1879).

De orgels van de Walburgis- en de Martinuskerk in Arnhem zijn, samen met het in 1889 in de door vader Gradussen gebouwde Antonius Abt van Wijchen geplaatste orgel, de grootsten. Maar ook in onder meer Meppel, Wageningen, Wervershoof, Groenlo, Veenendaal, Schiedam, Winschoten en, dichterbij huis, Appeltern, Megen en Deest werden de missen voortaan opgeluisterd met muziek van een Gradussen-orgel.