Op 12 september 1880 overleed de grondlegger van het bedrijf Gradus Gradussen. Van het vervaardigen van “het kiesje” voor zijn parochiekerk in Afferden in 1825, waren de werkzaamheden van zijn bedrijf uitgegroeid tot het bouwen van orgels die allerwegen faam genoten.

In datzelfde jaar 1880 werden orgels gebouwd voor Dennenburg, Alem en Boekel.

Na de Eusebiuskerk in 1875 volgde in 1883 de tweede opdracht voor een grote kerk in Arnhem: de Walburgiskerk. In 1890 zou de Martinuskerk in Arnhem eveneens voor een grote opdracht zorgen.

Het werkgebied werd steeds groter

In 1885 werden twee orgels ver van huis in het noorden van het land afgeleverd in Wilhelminaoord/ Frederiksoord en in Winschoten. In 1889 werd weer een groot orgel gebouwd.

In de, door vader als architect gebouwde Sint Antonius Abtkerk van Wijchen werd door de gebroeders Gradussen voor fl 6.975,= (orgelkast niet inbegrepen) een nieuw orgel gebouwd. Het was bedoeld als geschenk voor de jubilerende pastoor. Toen het klaar was, was deze echter inmiddels overleden. Het Wijchense orgel behoort, met de drie Arnhemse orgels, tot de grootste die door de gebroeders Gradussen zijn gebouwd.

Naast orgelbouw verrichten zij in vele kerken onderhoudswerk en voerden zij reparaties uit.

De gebroeders Gradussen beschikten over goede kennis van houtbewerking en zij blijken veelzijdige lieden te zijn. Dit komt tot uiting in hun beeldhouwwerk, legeringen van metalen voor de pijpenfabricage en kennis van mechaniek voor een doelmatig functioneren van orgels.