Van 1904 tot 1907 werd de laatste serie orgels gebouwd onder andere in 1904 in (Achter-)Drempt, 1905 in Bakel, Beltrum en Kerkdriel. In 1906 in Meppel en in 1907 in de Lambertusbasiliek in Hengelo en in de Sint­ Stephanuskerk in Borne.

 Toen Hendrik, de jongste van de twee broers, op 16 augustus 1906 in het toenmalige ziekenhuis van de zusters Dominicanessen in Puiflijk stierf, was de oudste van de twee, Willem, 75 jaar.

Willem was altijd de echte orgelbouwer van de gebroeders Gradussen gebleven: hij maakte de offertes en bestekken en tekende de contracten. Hendrik bleef zowel binnen als buiten het bedrijf op de achtergrond terwijl Willem ook buiten het bedrijf zijn sporen verdiende. Hij was, evenals zijn vader, wethouder van de gemeente Ewijk en bij de oprichting van de roomboterfabriek in Winssen in 1897 was hij één van de drie dorpsnotabelen die zich als bestuurslid hoofdelijk aansprakelijk stelde voor de rentebetaling van het geleende kapitaal (9).

De opvolging duurde helaas niet heel erg lang

Helaas overleed beoogd opvolger Gradus Driessen al in 1908, twee jaar na de dood van zijn jongste oom. Hoewel zijn oom Willem, toen inmiddels 77 jaar, nog steeds de leiding had, betekende de dood van Gradus Driessen in feite ook het einde van het bedrijf en de orgelbouw. De vrouw van Gradus Driessen trok met haar twee kinderen weer in bij haar ouders; het huis en de werkplaats werden verhuurd.

Willem (Wilhelmus) Gradussen overleed op 11 februari 1913 op 82 jarige leeftijd te Winssen, getuige onderstaande bidprentje:

Een neef van Gradus Driessen, Harrie Gradussen (1871- 1959) en een zoon van de eerder genoemde naar Deest vertrokken broer van de orgelbouwers, heeft zich vervolgens aanvankelijk vanuit dit pand nog een aantal jaren beziggehouden met het repareren en stemmen van Gradussen-orgels.

Maar geleidelijk aan koos hij voor de oorspronkelijke werkzaamheden van zijn grootvader: architect en timmerman. Daardoor verdwenen ook vrijwel alle administratieve en andere gegevens over bijna 60 jaar orgelbouw.

Bronvermelding
9) L. ten Hag, Van Oeverwallen tot Klavervier, 2005