Regionaal historicus P.G. (Piet) van de Geer (Winssen) heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de orgelbouwers Gradussen uit Winssen. Hierover is in het “Tweestromenland Maas en Waal Tijdschrift voor streekgeschiedenis” (editie nummer 133, 1-IX-2007) een publicatie verschenen. Deze publicatie heeft de basis gevormd voor onderstaande tekst, en is aangevuld met verkregen materiaal en overige informatie.


Introductie

Martinuskerk te Arnhem

Op zondag 17 september 2006 nam kardinaal Simonis het compleet gerestaureerde orgel van de Martinuskerk in Arnhem opnieuw in gebruik. De kardinaal bespeelde zelf het monumentale orgel uit 1890 met maar liefst 1.170 pijpen. Het orgel is gebouwd door de bekende orgelbouwers Gradussen.”

Dit persbericht van het ANP spreekt over bekende orgelbouwers. Uit bronnenonderzoek wordt echter al snel duidelijk dat er vrijwel uitsluitend gegevens over recentelijk verrichte of geplande restauraties aan nog bestaande Gradussen-orgels te vinden zijn. Vrijwel niemand heeft zich echt verdiept In de geschiedenis van de drie generaties orgelbouwers Gradussen. Na honderd jaar zijn zij in de vergetelheid geraakt, alleen is bekend gebleven dat zij uit Winssen kwamen.

Gradussen bouwde orgels van
zeer bijzondere en degelijke kwaliteit

Veel orgels in kerken in het hele land getuigen echter nog steeds van hun vakmanschap. Tussen 1866 en 1907 bouwden de gebroeders Gradussen uit Winssen in totaal 37 stuks kerkorgels in de wijde regio rondom het land van Maas en Waal. Zo bevinden zich onder andere orgels van de Gradussen in de kernen en steden Alem, Arnhem, Beuningen, Haren, Haarsteeg, Hoogeloon, Megen, Wijchen en Veenendaal.

De firma Gradussen bouwde orgels van zeer bijzondere en degelijke kwaliteit, hun werk getuigt van degelijkheid en technisch goed onderbouwd.


1798

Gradus Gradussen

De geschiedenis van de orgelbouwers begint bij Gerardus (Gradus) Gradussen: hij werd geboren te Deest op 16 februari 1798 als zoon van de tabaksplanter Joannes (Jan) Jansen Gradussen (25 maart 1765) uit Afferden (gem. Ewijk) en Catharina van Kerkhoff (1 juni 1769) uit Horssen.

Jan en Catharina waren getrouwd op 3 mei 1794 en kregen drie kinderen: zoon Gradus en zijn twee zusters Maria (9 september 1795) en Joanna Gradussen (8 november 1800). Ook waren er twee halfzusters (niet nader bekend) die uit het tweede huwelijk van vader Jan waren voortgekomen.

Gradus begint als timmerman in zijn geboorteplaats

Hoewel Gradus dus enige zoon was, treedt hij niet in vaders voetsporen als tabaksplanter maar begint als timmerman in zijn geboorteplaats Afferden. In het archief van de toenmalige parochie Deest wordt vermeld dat Gradus Gradussen in 1825 ten behoeve van de schuurkerk voor het bedrag van één daalder (1,50 gulden) een “kiesje” (kistje) vervaardigde, welke nu nog steeds in het bezit is. Het dagloon bedroeg in die tijd ongeveer 60 cent (in gulden).


1830

Werkplaats Deijnschestraat

Op 13 april 1830, nét voor de Belgische Opstand, krijgt Gradus vrijstelling van militaire dienst “uithoofde van te zijn eenige zoon”. Nog geen maand later, op 7 mei 1830, huwt hij in Winssen met de acht jaar jongere Petronella van Welie.

Gradus’ echtgenote Petronella was één van de zeven weesmeisjes van Willem Geurts van Welie en Anna Maria Libotté. Zij groeide op bij haar bejaarde grootouders, die inmiddels ook overleden waren.

De meisjes waren verre van onbemiddeld: Petronella ‘s zus Maria huwde in 1825 met Hendrik van Koolwijk, burgemeester, statenlid, dijkgraaf én rent­ meester op kasteel Doddendaal1 te Ewijk.

Dít, en de andere familierelaties van Petronella, hebben zeker invloed gehad op de latere groei van het bedrijf van Gradus.

Hij vestigt zich als timmerman aan de Deijnschestraat te Winssen, de woonplaats van Petronella. Gradus en Petronella zagen acht kinderen opgroeien. De vier jongens en vier meisjes werden geboren tussen 1831 en 1847:

  • Wilhelmus/Willem (13 maart 1831)
  • Johanna (16 november 1832)
  • Johannes/Jan (9 november 1834)
  • Antonia Johanna (9 juni 1837)
  • Hendrikus (3 november 1839)
  • Cornelius Antonius (2 april 1843)
  • Wilhelmina Elisabeth (30 april 1845)
  • Maria (26 november 1847)

Maar liefst zes van hen bleven ongehuwd:

Johannes huwde met Hendrika van Welie en koos voor de woonplaats en het beroep van zijn grootvader (tabaksplanter). Zij vestigden zich in Deest. Zij kregen zes kinderen, drie jongens en drie meisjes, en zetten daarmee de stamboom van Gradussen voort.

De jongste dochter Maria huwde met Gerardus Driessen, het uit Horst stammende hoofd van de Winssense dorpsschool. Uit dit huwelijk zou op 30 januari 1877 hun oudste zoon Gerard Petrus Driessen geboren worden. Gerard komt later in de firma werken als opvolger van de firma Gebr. Gradussen. Hierover verderop meer informatie.

Gradus ontwikkelt zich van timmerman
en meester-timmerman naar architect

Terwijl zijn kinderen in de Hoek van Winssen opgroeiden, ontwikkelde vader Gradus zich, naast zijn werkzaamheden als timmerman en later als meester-timmerman, ook tot ontwerper van bijvoorbeeld kerkinterieurs. Hij was inmiddels een veelgevraagd opzichter en architect en zou zich in twintig jaar ontwikkelen tot orgelbouwer.

Als architect ontwierp hij later de volgende gebouwen:

  • Pastorie van Ewijk
  • Pastorie van Deest
  • Sint-Antonius-Abtkerk te Wijchen
  • Waterstaatskerk van Beuningen (later gesloopt)
  • Kerk van Deest, verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog

Hierover verderop meer.

Later werd Gradus ook wethouder van de toenmalige gemeente Ewijk.


1840

Tweestromenlandgebied is de omgeving waar nu nog door Gradus ontworpen gebouwen te vinden. Zo is in het kerkarchief van de katholieke kerk van Ewijk opgetekend dat Gradus in 1838 de ontwerptekening vervaardigde van een nieuwe pastorie en daarna ook toezicht uitoefende op de bouw.

In 1846 werd in Beuningen begonnen met de bouw van een nieuwe driebeukige waterstaatskerk. Gradus Gradussen leverde hiervoor de tekening, met goedkeuring van H.F. Fijnje, ingenieur van waterstaat uit Nijmegen2.

Als architect werd ook
toezicht op bouwprojecten gehouden

In maart 1846 kreeg hij van het kerkbestuur van Wijchen de opdracht een ontwerp te maken voor de uitbreiding van de bestaande kerk. Hij leverde een bouwplan in dat na veel strubbelingen en aanpassingen in 1853 leidde tot de bouw van een nieuwe kerk.

Als architect liet Gradus zich daarbij opnieuw sterk inspireren door de zogeheten waterschapskerken. Als bouwmeester ontving hij een honorarium van fl. 2,= per dag3.


1850

Als timmerman cq. meubelmaker ontwierp en vervaardigde Gradus ook kerkmeubilair zoals altaren, biechtstoelen en preekstoelen, maar intussen hield Gradus zich ook bezig met orgelbouw en orgelkasten.

De befaamde orgelmaker Smits uit Reek had in 1840 een orgel geplaatst in het toenmalige middeleeuwse kerkje van Winssen en waarschijnlijk heeft Gradus Gradussen hier toen al kennis kunnen opdoen over het orgelbouwen. Want enkele jaren later namelijk vermeldt het ‘Registrum Memoriale Parochia‘ van Beuningen namelijk: “Een orgel, het eerste gemaakt door G. Gradussen, meestertimmerman en bouwmeester te Winssen, en zeer voldoende bevonden is door deskundigen in 18515.

Intussen was orgelbouw ook een activiteit geworden

De gemeente Druten sloopte in 1855 een afgekeurde, te klein geworden school in Puiflijk en liet Gradussen op dezelfde plaats een nieuwe school plus een onderwijzerswoning bouwen.

In 1858 ontwierp Gradus voor de nieuw gevormde parochie in Deest de kerk en de naastgelegen pastorie. Hij oefende ook het toezicht uit op de bouw en ontving daarvoor fl. 400,=.

In 1863 werd naar Gradus’ bestek de hervormde kerk aan de Waalbandijk in Boven-Leeuwen opgeknapt. Ook hiervoor leverde Gradus zelf het materiaal. In 1866 schreef hij voor het gemeentebestuur van Wamel het bestek en stelde de kostenbegroting op voor een uitbreiding van de dorpsschool.

Bovendien leverde hij als “fabrikant” van ramen en goten de “goten om de pastorij” en de “ijzere” ramen voor het vrijwel gelijktijdig gebouwde nieuwe schoollokaal (4). Hij ontving hiervoor fl. 193,57. Het woord fabrikant lijkt wat overdreven, waarschijnlijk kwam zijn ijzerwerk uit Keppel.

Vier maanden later maakte hij ook de tekening voor de schoolbanken. Een jaar later wordt zijn nota van fl. 135,= goedgekeurd6.


1855

Gradus werkte samen met zijn personeel aan orgels en toen de tijd daarvoor rijp was, traden zijn zonen ook toe tot het bedrijf.

Eén van zijn vier zonen koos voor het boerenbedrijf: Johannes.

De andere drie traden in vaders voetsporen en kozen voor één van zijn vaardigheden in het door hem opgezette bedrijf. Hun bedrijf trad aanvankelijk naar buiten als “Gradussen en Zonen”. Deze zonen waren

  • Wilhelmus/Willem
  • Hendrikus/Hendrik en
  • Cornelius

Cornelius overleed al op 13 november 1863 op 20-jarige leeftijd.

Wilhelmus en Hendrikus werden in binnen- en buitenland bekend onder de bedrijfsnaam ‘Gebroeders Gradussen, Orgelbouwers Winssen‘.

Gebroeders Gradussen
Orgelbouwers Winssen

Zowel Hendrik alsook Willem, blijven beiden ongehuwd.

Willem richt zich volledig op het orgelmakersvak en gaat in de leer onder meer bij Hyppolite Loret in Brussel, lid van de vermaarde orgelbouwerfamilie Loret uit Dendermonde/Mechelen/ Brussel. Hier was hij tot ongeveer 1858 in opleiding.

Maar in 1855 werkte Willem blijkbaar al in het bedrijf van zijn vader en deed daar de nodige ervaring op. Binnen in het in 1997 ingeruilde orgel van de hervormde kerk van Beuningen, bevinden zich namelijk twee opschriften in wit krijt:

Schoongemaakt in 1847 W.J.N.”

en daaronder in potlood:

en daar naar in 1855 W. Gradussen” 7

In 1859 bouwden “de Heeren Gradussen en Zonen” voor de enkele jaren daarvoor gebouwde kerk in Hatert bij Nijmegen, voor de prijs van fl 1.400,= een nieuw orgel. In een advertentie in ‘De Tijd’ in juni van dat jaar verklaarde de betreffende pastoor dat zij hierbij bewezen hadden degelijke kennis van hun vak te hebben.


1860

Gezamenlijk ontwerpen en maken zij inmiddels alle soorten kerkmeubilair en hebben vaak de leiding bij de bouw van een kerk. Na de nodige ervaring te hebben opgebouwd ontpopt de firma zich als architect en aannemer voor kerkenbouw.

Een voorbeeld hiervan is de bouw van de St. Antonius abtkerk in Wijchen (1854), waarin in 1889 door Gradussen een orgel wordt geplaatst.

In 1859 had het kerkbestuur van de Wamelse waterstaatskerk besloten een nieuw orgel aan te schaffen en kreeg hiervoor op 6 januari 1860 de bisschoppelijke goedkeuring. Het kerkbestuur meldde de bisschop vertrouwen te mogen stellen in orgelmaker Gradussen “op de getuigenis van den Zeer Eerw Deken en andere Wel Eerw Heeren Pastoors“.

Deken F. van Clarenbeek was overigens pastoor van Winssen!

Dit, in 1861 opgeleverde orgel kostte fl 2.500,=. Het oude orgel werd ingeruild voor fl. 150,=.

De bisschop stelde vertrouwen
in orgelmaker Gradussen

Twee jaar later, in 1863 werd in de hervormde kerk te Beuningen het al eerder genoemde orgel geplaatst. Dit is misschien afkomstig uit Neerbosch maar ook Groesbeek wordt genoemd. Het orgelfront waarvan de tekening bewaard is gebleven, is in elk geval uit de orgelmakerij van firma Gradussen.

Willem legde zich in die tijd binnen het bedrijf verder toe op het onderhoud en bouwen van orgels en dit werd al vrij snel de belangrijkste activiteit. Bij de Ewijkse burgerlijke stand is vader Gradus in 1863 nog bouwmeester, maar in 1874 is hij ook daar orgelmaker.

Willem legt zich toe op
onderhoud en bouw van orgels

Uit rekeningen blijkt dat vanaf 1858 in Weurt het onderhoud van het Heynemanorgel uit 1777 in handen was van firma Gradussen. Een kwitantie uit 1859 vermeldt:

“Het Kerkbestuur der R.C. Gemeente te Weurt debet aan G. Gradussen orgelmaker te Winssen wegens het maken en plaatsen van twee nieuwe blaasbalgen bij het orgel aldaar, tezamen fl. 136,=. Voldaan G. Gradussen”.

Werd tot dan toe bij de plaatsing van een orgel of reparatie vooral gewerkt met gebruikmaking van onderdelen van derden, schakelde het bedrijf in die tijd om naar een orgelmakerij met een eigen product. Een orgelkast maken kon dus vrijwel iedere goede timmerman maar een orgel bouwen was ander werk. Ook Gradussen-orgels hebben soms een kast van een andere bouwer maar het gaat in feite steeds om het instrument.

Omdat Willem jarenlang in de leer was geweest bij de bekende Belgische orgelfabrikant Hypolyte Loret te Brussel, had hij hierdoor de benodigde kennis opgedaan. Het kerkbestuur uit Hatert roemde zelfs de “degelijke kennis van Willem wat betreft de welluidendheid“.

Soms gebruikten de gebroeders Gradussen dus oude, gesloopte onderdelen van orgels waaronder (gewijzigde) pijpen. Maar vanaf 1859 werden ook orgelpijpen – met name de houten – in de eigen werkplaats vervaardigd. Elke pijp kreeg de klankkleur van de fabriek en dit is nog steeds als zodanig herkenbaar.

Willem had in Brussel contacten opgedaan met bekende pijpenmakers zoals de firma Joseph (en later Jean) Devos & Fils die gevestigd was in het Belgische Cureghem (bij Brussel). Deze firma was eind 19e eeuw een bekende pijpenmakerij en hier haalde firma Gradussen, maar ook andere bekende orgelbouwers zoals firma Smits uit Reek, orgelpijpen vandaan haalde. Andere bekende pijpenleveranciers in die Brusselse regio waren Peeters en Van Hemelrijck en hun pijpwerk werd veelal gemaakt in Franse stijl.

In beschikbare documentatie8 over het orgel in de Sint Lambertuserkerk te Nistelrode valt te lezen dat bij de restauratie in 1976/1977:

“….Het pijpwerk van Gradussen, vervaardigd door de pijpenmakers Devos te Brussel, bleef gehandhaafd, zij het dat de Quintadeen 16′ discant, typisch voor Gradussen, ter wille van een betere bruikbaarheid, tot achtvoet werd opgeschoven, in het groot octaaf gecombineerd met Bourdon 8′ en voorzien van een nieuw hoogste octaaf……”

Van huis waren Gradussen dus weliswaar timmerlieden en van hen werd aanvankelijk verondersteld dat zij niet over orgelmakerskwaliteiten beschikten, maar het tegendeel is dus inmiddels bewezen: zij beschikten niet alleen over goede kennis van houtbewerking maar ook beeldhouwwerk, kennis van metaallegeringen voor de pijpen-fabricage en kennis van mechaniek voor een doelmatig functioneren van het orgel. De pijpmensuren waren vooral georiënteerd op het werk van de Franse orgelbouwer Dom Bédos de Celles (1709-1779).

Er was destijds veel concurrentie in orgelbouw, veel aannemers hielden zich bezig met orgelbouw zoals in de directe regio de bekende firma Smits uit Reek. Kwalitatief gezien bouwde firma Gradussen orgels die zeker zo goed waren als die van firma Smits. Daar waar firma Smits nogal eens warrig eiken gebruikte, was dat van firma Gradussen kaarsrecht en kwartiers gezaagd en vrijwel vrij van noesten. Firma Gradussen stelde hoge eisen aan de kwaliteit van hout. De mechanieken kenmerken zich door hun degelijkheid en eenvoud. Maar omdat zij het metalen pijpwerk niet zelf maakten is dat lange tijd aangewend om Gradussen als orgelmaker onder te waarderen.


1865

Woning en werkplaats W. Gradussen
Notaris Roesstraat 18 te Winssen

In 1866 werd voor de eerder door vader Gradussen gebouwde kerk in Deest, door de gebroeders Gradussen voor fl 2.500,= een nieuw orgel gebouwd. Hier werd de orgelkast overigens voor fl. 1.605,– door een ander vervaardigd.

Daar de firma Gradussen bekend staat als ontwerpers van kerkinterieurs maakten zij in die hoedanigheid vaak zelf de orgelkast. De Culturele Raad van Brabant spreekt een eeuw later van “hooggekwalificeerd orgelwerk van de Gradussen”.

Alleen de pastorie in Deest resteert nog als werk van Gradussen. Kerk en orgel zijn, naar men zegt, bewust geslachtofferd na de treffer van een vliegende bom in 19459.

In 1867 werd in Winssen het, in 1840 door Smits vervaardigde orgel, door de gebroeders Gradussen overgeplaatst naar een nieuw gebouwde dorpskerk. zij brachten daarbij aanzienlijke wijzigingen aan zodat bij de restauratie van 1985 zelfs overwogen werd het huidige orgel als Gradussen-orgel te beschouwen.

Zowel nieuwbouw als renovatie werd uitgevoerd

Intussen hadden de gebroeders hun werk­ gebied ook tot buiten Tweestromenland uitgebreid. In 1867 werd een orgel gebouwd in Wageningen, een jaar later werd het bestaande orgel in de kapel van het Franciscanenklooster in Megen voorzien van nieuwe klavieren en een aantal frontpijpen. Kosten met aftrek voor het oud pijpwerk fl 887,12 waarvan Gradussen fl 100,= schenkt aan het klooster.

In 1900 werd dit orgel door Gradussen helemaal omgebouwd en fors uitgebreid; sindsdien wordt het tot de Gradussen-orgels gerekend.


1870

Dagblad van ZH en ‘s Gravenhage
04-08-1873

Orgels volgden onder andere voor Vierlingsbeek (1868), Hoogeloon (1871), Renswoude (1872). In 1873 voltrekt zich echter een ramp want op 28 juli van dat jaar ontstaat er ‘s middags brand in de werkplaats van Gradus Gradussen aan de Deijnschestraat.

O.a. in het Dagblad van Zuid-Holland en ‘s Gravenhage d.d. 04-08-1873 wordt daarover het volgende geschreven:

Gravenhage van 4-8-1873: 29 Julij.

Gister namiddag ontstond hier een hevige brand in de schuur van den heer Gradussen, welke zich spoedig aan het nabij staand huis mededeelde, waardoor beide panden binnen zeer korten tijd een prooi der vlammen werden. Uit het woonhuis werden eenige meubelen en huisraad gered, uit de schuur letterlijk niets; er vonden daarin 20 varkens den dood, terwijl een aanzienlijke partij wagenschotten hout, ter waarde van p. m. ƒl. 600 werd vernietigd. Nog aanzienlijker is de schade door deze ramp den eigenaren, die onder den naam gebr. Gradussen zeer gunstig als orgelmakers bekend zijn, in dit vak veroorzaakt. Twee nagenoeg geheel afgewerkte orgels, een aantal losse stukken en al het gereedschap, de mallen en modellen zijn vernield of onbruikbaar gemaakt. Men berekent de schade van een en ander op p. m. ƒl. 11.000, waarvan slechts ƒl. 1400 aan gebouwen en ƒl. 4500 aan roerend goede was verzekerd.

De verzekering dekte in dit geval dus bij lange na niet de geleden schade en dit betekende een forse financiële aderlating. Desondanks werd in dat jaar en het daarop volgende, toch nog diverse orgels afgeleverd.

Haarsteeg (1873) en Veenendaal (1873). Arnhem (Sint-Eusebius 1875), Wervershoof (1875) en Haren bij Oss (1875) volgden daarna.

In 1876 werd voor de hervormde kerk aan de Kattenburg in Druten het nu nog aanwezige orgel gebouwd. Na Druten volgden de orgels van Groenlo (1877), Breedenbroek (1878) en Megen (St. Servatiuskerk, 1879).

De orgels van de Walburgis- en de Martinuskerk in Arnhem zijn, samen met het in 1889 in de door vader Gradussen gebouwde Antonius Abt van Wijchen geplaatste orgel, de grootsten. Maar ook in onder meer Meppel, Wageningen, Wervershoof, Groenlo, Veenendaal, Schiedam, Winschoten en, dichterbij huis, Appeltern, Megen en Deest werden de missen voortaan opgeluisterd met muziek van een Gradussen-orgel.


1880

De Tijd , 19-05-1880
De Maasbode, 19-05-1880
De Tijd, 31-05-1880

Op 14 mei 1880 vierde Gradus en Petronella hun 50-jarige “echtvereeniging”: een halve eeuw huwelijk. Van dit heuglijke feit werd uitgebreid kond gedaan in de diverse dagbladen, waaronder dagblad De Tijd. en de Maasbode

De aandacht voor het bruidspaar was ongetwijfeld groot vanwege de publieke functie die Gradus bekleedde. O.a. in de Tijd werd naderhand nog een bedankbericht geplaatst voor de vele bewijzen van belangstelling:

Twee weken later echter, op 30 mei 1880, overleed de grondlegger van het bedrijf, Gradus Gradussen, op 82-jarige leeftijd te Winssen. Van zijn overlijden werd op 31 mei 1880 aangifte gedaan bij de Burgerlijke stand.

Van het vervaardigen van “het kiesje” voor zijn parochiekerk in Afferden in 1825, waren de werkzaamheden van zijn bedrijf inmiddels uitgegroeid tot het bouwen van orgels die bekendheid genoten.

Ondanks dit verlies ging de orgelbouw gewoon door, ook in 1880 werden nieuwe orgels gebouwd voor onder andere Dennenburg, Alem en Boekel: “business as usual”.

Na de Kleine Eusebiuskerk in 1875 volgde in 1882 de tweede opdracht voor een grote kerk in Arnhem: de Sint Walburgiskerk. In 1890 zou de Sint Martinuskerk in Arnhem eveneens voor een grote opdracht zorgen.

Het werkgebied werd steeds groter

In 1885 werden twee orgels ver van huis in het noorden van het land afgeleverd in Wilhelminaoord/ Frederiksoord en in Winschoten. In 1889 werd weer een groot orgel gebouwd.

In de, door vader als architect gebouwde Sint Antonius Abtkerk van Wijchen werd door de gebroeders Gradussen voor fl 6.975,= (orgelkast niet inbegrepen) een nieuw orgel gebouwd. Het was bedoeld als geschenk voor de jubilerende pastoor. Toen het klaar was, was deze echter inmiddels overleden. Het Wijchense orgel behoort, met de drie Arnhemse orgels, tot de grootste die door de gebroeders Gradussen zijn gebouwd.

Naast orgelbouw verrichten zij in vele kerken onderhoudswerk en voerden zij reparaties uit.

De gebroeders Gradussen beschikten over goede kennis van houtbewerking en zij blijken veelzijdige lieden te zijn. Dit komt tot uiting in hun beeldhouwwerk, legeringen van metalen voor de pijpenfabricage en kennis van mechaniek voor een doelmatig functioneren van orgels.

Tussen 1858 en 1890 werden de orgelpijpen hoofdzakelijk betrokken van Brusselse pijp-bouwers. Vanaf 1890 schakelde firma Gradussen, net als de meeste Nederlandse orgelmakers, over op pijpwerk van Duitse toeleveranciers.

Men bouwde in die periode ook orgels in Baak (1892), Beesd (1892) en Loenen (1894). In 1894 werd ook een orgel gebouwd voor de uit 1829 daterende Sint-Servatiuskerk in Appeltern. In 1907 werd dat orgel naar de huidige parochiekerk verplaatst.


1895

In 1895 werd in het nabijgelegen Afferden het in 1840 door Smits voor de waterstaatskerk gebouwde orgel, overgeplaatst naar de nieuw gebouwde kerk. De gebroeders Gradussen rekenden hiervoor fl. 1.250,= vooral omdat er nogal wat wijzigingen werden aangebracht: het werd een Gradussen-orgel met nogal wat Smits-materiaal.

Grote opdrachten volgden elkaar op

In hetzelfde jaar bouwde men een nieuw orgel in de Jacobuskerk in Schiedam en in 1897 in Tongerle. In 1898 volgde weer een grote en vererende opdracht: er werd een orgel gebouwd voor de bekende Nijmeegse Augustijnenkerk. In hetzelfde jaar werd in Beek (gemeente Bergh) een nieuw orgel geplaatst.

Door de Gebroeders Gradussen werd een eigen systeem van benamingen en het noteren hiervan, ontwikkeld. Dit veroorzaakte bij vele collega’s problemen.


1900

Gradus Driessen met personeel
(ongedateerde foto/ plm. 1900)
Gradus en Maria Driessen

Er had zich intussen een opvolger aangediend: de op 30 januari 1877 geboren zoon van hun enige gehuwde, jongste zus Maria Gradussen, de naar zijn grootvader genoemde Gradus (Gerardus) Driessen, was voorbestemd om de derde generatie orgelbouwers te worden.

In 1903 trouwde hij met de Winssense Maria Libotté (uit dezelfde Winssense familie als zijn eerder genoemde overgrootmoeder) en betrok een nieuwe woning met werkplaats aan de andere kant van Winssen. Deze was speciaal opgezet als orgelmakerij, ook de grote zolder was hiervoor ingericht.

Het betreft het huidige pand Van Heemstraweg 67 te Winssen, nog steeds als woning in gebruik door families. Vanaf de Plaksestraat zijn de grote zolderdeur en de hijsbalk erboven nog steeds te zien.

Gradus werkte al van begin jaren 1890 mee in de orgelbouw en tussen was 1900 en 1908 ook intensief betrokken bij de laatste nieuwbouw-orgels die firma Gradussen nog zou maken.

Gradus Driessen hield werkboekjes bij waarin hij de verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten voor materiaal, reis- en verblijf registreerde. Het originele werkboekje over de jaren 1903 en 1904 is nog beschikbaar en dit vormt een waardevol document en bron van informatie van alle orgels waar aan werd gewerkt, ook orgels die zij zelf niet hadden gebouwd.

Ook blijkt hieruit dat diverse kerkbesturen een abonnement hadden afgesloten met firma Gradussen voor het periodiek onderhoud van het orgel zoals reparatie, stemmen, afstoffen van de mechanieken en pijpen.

Rond 1901 waren er in de gemeente Ewijk 71 bedrijven gevestigd. De grootste daarvan was de steenfabriek met 20 mannen en kinderen! Daarna was de orgelmakerij de grootste werkgever met 5 medewerkers.

Tussen 1904 tot 1907 werd de laatste serie nieuwe Gradussen-orgels gebouwd, met onder andere in 1904 in (Achter-)Drempt, 1905 in Bakel, Beltrum en Kerkdriel. In 1906 in Meppel en in 1907 in de Lambertusbasiliek in Hengelo en in de Sint­ Stephanuskerk in Borne.


1906

Werkplaats Gradus Driessen
Van Heemstraweg 67 te Winssen
(ongedateerde foto)
Werkplaats Gradus Driessen
Van Heemstraweg 67 te Winssen
(anno 2021)

Toen Hendrik, de jongste van de twee broers, op 16 augustus 1906 in het toenmalige ziekenhuis van de zusters Dominicanessen te Puiflijk op 66 jarige leeftijd overleed, was de oudste van de twee, Willem, 75 jaar.

Willem was altijd de echte orgelbouwer van de gebroeders Gradussen gebleven: hij maakte de offertes en bestekken en tekende de contracten. Hendrik bleef zowel binnen als buiten het bedrijf op de achtergrond terwijl Willem ook buiten het bedrijf zijn sporen verdiende. ook was hij, evenals zijn vader Gradus, wethouder van de gemeente Ewijk. Bij de oprichting van de roomboterfabriek in Winssen in 1897 was hij één van de drie dorpsnotabelen die zich als bestuurslid hoofdelijk aansprakelijk stelde voor de rentebetaling van het geleende kapitaal10.

De opvolging duurde helaas
niet heel erg lang

Helaas overleed beoogd opvolger Gradus Driessen al op 9 maart 1908, twee jaar na de dood van zijn jongste oom. Hoewel zijn oom Willem toen inmiddels 77 jaar was, en nog steeds de leiding had, betekende de dood van Gradus Driessen in feite ook het einde van het bedrijf en de orgelbouw. De vrouw van Gradus Driessen, Maria, trok met haar twee kinderen weer in bij haar ouders; het huis en de werkplaats werden verhuurd.

Willem Gradussen overleed op 11 februari 1913 op 81 jarige leeftijd te Ewijk in een goede ouderdom, op gevorderde leeftijd en hoog bejaard, getuige onderstaande bidprentje:

Een neef van Gradus Driessen, Harry Gradussen (1871- 1959) en een zoon van de eerder genoemde naar Deest vertrokken broer van de orgelbouwers Johannes, heeft zich vervolgens aanvankelijk vanuit dit pand nog een aantal jaren beziggehouden met het repareren en stemmen van Gradussen-orgels.

Maar geleidelijk aan koos hij toch voor de oorspronkelijke werkzaamheden van zijn grootvader: architect en timmerman. Daardoor verdwenen ook vrijwel alle administratieve en andere gegevens over bijna 60 jaar orgelbouw.

Collega-orgelbouwer H.W.J. Smits (III) had wel waardering voor de zorgvuldige aanpak waarmee firma Gradussen het vak beoefende. Artistiek gezien werd het minder beoordeeld, in één van zijn brieven schreef H.W.J. Smits daarover: “op de monumentenlijst paraiseert ook het Walburgis-orgel, Arnhem; dat is het grootste werk van Gebrs. Gradussen te Winssen, G. eenvoudige lieden en bewoners van ‘n boerenhuis, maar die heel wat gepresteerd hebben, en solied werk ook. Zonder echter daarbij voldoende zijde te spinnen als dekking voor den ouden dag, zooals achteraf kwam te blijken. Ze hebben ook een orgel geplaatst in de zgn Boomskerk (Franciscus) è. costi [Amsterdam]. Van het Walb. -orgel zijn metalen binnenpijpen door zink vervangen geworden.”


1979

De beschikbare informatie van firma Gradussen is schaars, veel is er verloren gegaan of gewoon opgeruimd. In ruim honderd jaar kan er van alles veranderen.

In 1979 is er een initiatief gestart door M. (Martien) Hurkmans uit Hoogeloon om in samenwerking met J.F. (Jan) Clercx (orgelmaker en restaurateur) uit Boxtel een boek te gaan schrijven over de orgelbouwers Gradussen. Zij hebben indertijd veel interviews gehad met familieleden en feitenonderzoek gedaan. Daarvoor is ook subsidie aangevraagd bij de provinciale Genootschappen voor kunst en wetenschappen in Gelderland en Noord-Brabant. Ook in de dagbladen is hiervan melding gemaakt.

De Gelderlander
(28-02-1979)

Ook in andere dagbladen werd Gradussen in die periode vermeld, zoals hieronder in een artikel in Trouw d.d. 13-11-1979:

Trouw
(13-11-1979)

Tot een boek is het uiteindelijk helaas nooit gekomen. Het materiaal dat de vooronderzoeken hebben opgeleverd, is ook grotendeels verdwenen met het overlijden van Jan Clercx.


2005

De historische vereniging “Tweestromenland” organiseerde ten behoeve van de Open Monumentendag op zaterdag 10 september 2005 een expositie over de orgelbouwers Gradussen. De Winssense historici Piet van de Geer, Pieter van Os en Macky van den Belt zijn indertijd druk bezig geweest met de voorbereiding. Zij hebben toen veel originele orgel-delen, documenten en schilderwerken bijeen gebracht. Diverse bijdragen werden geleverd door plaatsgenoten, archieven en ook door uitleen via dhr. Jos Laus.

Tijdens de expositie zelf wisten de genoemde historici veel te vertellen over dit onderwerp vanwege diepgaande vooronderzoeken. Een bezoek aan deze expositie, die in de plaatselijke Hervormde kerk te Winssen plaatsvond, was daardoor zeer de moeite waard.


Referenties en verwijzingen

P.G. van de Geer “Tweestromenland Maas en Waal Tijdschrift voor streekgeschiedenis” (editie nummer 133, 1-IX-2007)

Verwijzingen:

1) J. van Os, Tijdschrift Tweestromenland 1995, nr. 83
2) Th. H. von der Dunk, Wat er staat is zelden Waterstaat, 1986
3) H. Antonius Abt 150 jaar, 2004
4) J. van Os, 1000 jaar Deest, 1997
5) W. van Kuilenburg, Bouwen en repareren van orgels, 1983
6) Van Vamele tot Wamel, 1993
7) Archief orgelmakerij Steendam Roodeschool
8) Het orgel in de St.Lambertuskerk te Nistelrode, Gierveld, A.J., ‘Broekhuyzen II, Commentaar’, W50, 938
9) J. van Os, 1000 jaar Deest, 1997
10) L. ten Hag, Van Oeverwallen tot Klavervier, 2005